Van de hand van de bekende auteur en dichter André F. Troost verschijnen vier prachtig uitgevoerde geschenkboekjes met gedichten, teksten en gebeden. De boekjes sluiten aan op een viertal gelegenheden die zich uitstekend lenen voor een mooi en inhoudelijk cadeau.
Van de hand van de bekende auteur en dichter André F. Troost verschijnen vier prachtig uitgevoerde geschenkboekjes met gedichten, teksten en gebeden. De boekjes sluiten aan op een viertal gelegenheden die zich uitstekend lenen voor een mooi en inhoudelijk cadeau.De andere geschenkenboekjes dragen de titels: Al ga ik door het donker, Al ga ik door het donker en Ik laat je niet alleen.
Lees verder »
![]() |
abonneer op RSS feeds | ![]() |
deel deze pagina met je vrienden |



Dr. André F. Troost (theoloog en dichter) werd geboren in 1948 te 's-Gravenhage, is predikant te Heusden en werkte daarvoor in de classis Heusden (als jeugdwerkpredikant), in Asperen, Ermelo, Zunderdorp en Amsterdam. Jarenlang leidde hij de Diensten met Belangstellenden in de Engelse Kerk aan het Begijnhof.
Hij publiceerde vele liederen, bijbelse dagboeken en tientallen boeken op het gebied van pastoraat en spiritualiteit. Bezoek de website van André Troost: www.andretroost.nl.
Column van de maand December
SJAALTJE
Met mijn rug naar de gemeente spreek ik de kinderen aan. ‘Ik zie er op zondag wel erg zwart en somber uit, vinden jullie niet? Mijn toga is zo donker als de nacht.’ Even is het stil. Dan priemt een vingertje de lucht in en met stralende ogen zegt ze, kijkend naar mijn togabef: ‘Maar u hebt wel een mooi wit sjaaltje!’
Het dragen van een zwarte toga is onder predikanten tegenwoordig meer uitzondering dan regel. Bij de bevestiging van een predikant elders in het land was ik enige tijd geleden de enige onder de collega’s die er zo sombertjes uitzag. Nu heb ik een enigszins behoudende inslag en in mijn Amsterdamse jaren ben ik eraan gewend geraakt het etiket ouderwets te dragen, dus wakker kan ik er niet van liggen, maar opmerkelijk is het wel. Ik stond te midden van mannen en vrouwen die in witte en grijze gewaden waren gekleed, opgesierd met kleurige stola’s die alles een nog veel fraaier aanzien gaven.
Ik zal er geen lelijk woord van zeggen, want per slot van rekening is die toga helemaal geen kerkelijke dracht, maar een instelling van mensen oftewel van het bestuur van de (toen nog) Nederlandse Hervormde Kerk. Dat bestuur vond het destijds maar niets dat voorgangers zich tooiden in de meest uiteenlopende kledij. Een zekere uniformiteit zou passend zijn en daartoe koos men het gewaad van geleerden, rechters en advocaten: de zwarte toga. En dat terwijl de Bijbel zo’n donkere dracht nergens voorschrijft, al gaan ook de rabbijnen in de synagogen zo stemmig gekleed. Ooit in de Schrift iets gelezen over priesters of levieten in akelig zwart? Zwart is de kleur van de rouw, althans, in veel culturen. Wij zijn geschapen om te wandelen in het licht. In de Islam, daar zie je veel zwart! Ga maar eens in Mekka kijken, daar ziet het zwart op straat.
Wat je aan kledingvoorschriften in de Bijbel wel vindt? Ik denk aan Prediker 9:8. ‘Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur.’ Dus, dames (en heren!): trek iets vrolijks aan en kies ook een lekker geurtje! Die goede, oude Statenvertaling raadt ons zelfs aan om voor de kleur wit te kiezen: ‘Laat uw klederen te allen tijd wit zijn, en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.’ Nota bene, ‘te allen tijd’! In alledaags Hollands: altijd! De broeders en zusters van de Broedergemeente in Amsterdam en Zeist en waar ook ter wereld, die op zondag zichzelf en hun kerk geheel in het wit steken, staan dus op bijbelse grond… De kerkzaal is een bruiloftszaal!
Intussen sta ik zondag aan zondag in mijn akelig zwarte toog u de blijde boodschap te verkondigen. U verwacht dat ik aanspreek, maar toch niet als aanspreker? Wordt het niet hoog tijd dat ik mij een andere toga aanschaf, een wit gebedskleed, met bijbehorende fleurige stola’s, in de kleuren van het kerkelijk jaar?
Sinds jongstleden zondag stel ik die aankoop nog even uit. ‘U hebt wel een mooi wit sjaaltje!’ Zo is het maar net. Over symboliek gesproken! Symbolischer kan het niet.
Bijbelser kan het niet. Mijn toga is zwart. Zeker, voornamelijk zie ik er zwart uit. Dat is in overeenstemming met de realiteit van dit aardse bestaan. Telkens weer is de wereld zwart als de nacht. ‘Niemand is goed, zelfs niet een’, lees ik in de Bijbel. ‘Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God’, schrijft Paulus in de brief aan de Romeinen. Zwart als een protestantse toga, zo is mijn ziel voor God.
Maar hoor nu het evangelie: ‘U hebt wel een mooi wit sjaaltje!’ Over mijn zwarte toga heen straalt het licht van die bef, dat ‘sjaaltje’: kraakhelder en sneeuwwit. Zie je dat zo’n bef lijkt op twee zonnestralen? Kleine stralen, heel klein, zeker. In het heilig evangelie beleven we nog maar een klein begin van verlossing. De grote doorbraak moet nog komen. We zijn hooguit als wachters in de nacht. Maar het licht van de dageraad is al te zien, de zon begint al te schijnen. ‘U hebt wel een mooi wit sjaaltje!’
Ik heb niets tegen witte toga’s. Maar ik vind mijn eigen zwarte exemplaar nog mooier.
Vanwege dat sjaaltje: wit als de morgen die komt.
10 november 2011
Column van de maand December
SJAALTJE
Met mijn rug naar de gemeente spreek ik de kinderen aan. ‘Ik zie er op zondag wel erg zwart en somber uit, vinden jullie niet? Mijn toga is zo donker als de nacht.’ Even is het stil. Dan priemt een vingertje de lucht in en met stralende ogen zegt ze, kijkend naar mijn togabef: ‘Maar u hebt wel een mooi wit sjaaltje!’
Het dragen van een zwarte toga is onder predikanten tegenwoordig meer uitzondering dan regel. Bij de bevestiging van een predikant elders in het land was ik enige tijd geleden de enige onder de collega’s die er zo sombertjes uitzag. Nu heb ik een enigszins behoudende inslag en in mijn Amsterdamse jaren ben ik eraan gewend geraakt het etiket ouderwets te dragen, dus wakker kan ik er niet van liggen, maar opmerkelijk is het wel. Ik stond te midden van mannen en vrouwen die in witte en grijze gewaden waren gekleed, opgesierd met kleurige stola’s die alles een nog veel fraaier aanzien gaven.
Ik zal er geen lelijk woord van zeggen, want per slot van rekening is die toga helemaal geen kerkelijke dracht, maar een instelling van mensen oftewel van het bestuur van de (toen nog) Nederlandse Hervormde Kerk. Dat bestuur vond het destijds maar niets dat voorgangers zich tooiden in de meest uiteenlopende kledij. Een zekere uniformiteit zou passend zijn en daartoe koos men het gewaad van geleerden, rechters en advocaten: de zwarte toga. En dat terwijl de Bijbel zo’n donkere dracht nergens voorschrijft, al gaan ook de rabbijnen in de synagogen zo stemmig gekleed. Ooit in de Schrift iets gelezen over priesters of levieten in akelig zwart? Zwart is de kleur van de rouw, althans, in veel culturen. Wij zijn geschapen om te wandelen in het licht. In de Islam, daar zie je veel zwart! Ga maar eens in Mekka kijken, daar ziet het zwart op straat.
Wat je aan kledingvoorschriften in de Bijbel wel vindt? Ik denk aan Prediker 9:8. ‘Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur.’ Dus, dames (en heren!): trek iets vrolijks aan en kies ook een lekker geurtje! Die goede, oude Statenvertaling raadt ons zelfs aan om voor de kleur wit te kiezen: ‘Laat uw klederen te allen tijd wit zijn, en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.’ Nota bene, ‘te allen tijd’! In alledaags Hollands: altijd! De broeders en zusters van de Broedergemeente in Amsterdam en Zeist en waar ook ter wereld, die op zondag zichzelf en hun kerk geheel in het wit steken, staan dus op bijbelse grond… De kerkzaal is een bruiloftszaal!
Intussen sta ik zondag aan zondag in mijn akelig zwarte toog u de blijde boodschap te verkondigen. U verwacht dat ik aanspreek, maar toch niet als aanspreker? Wordt het niet hoog tijd dat ik mij een andere toga aanschaf, een wit gebedskleed, met bijbehorende fleurige stola’s, in de kleuren van het kerkelijk jaar?
Sinds jongstleden zondag stel ik die aankoop nog even uit. ‘U hebt wel een mooi wit sjaaltje!’ Zo is het maar net. Over symboliek gesproken! Symbolischer kan het niet.
Bijbelser kan het niet. Mijn toga is zwart. Zeker, voornamelijk zie ik er zwart uit. Dat is in overeenstemming met de realiteit van dit aardse bestaan. Telkens weer is de wereld zwart als de nacht. ‘Niemand is goed, zelfs niet een’, lees ik in de Bijbel. ‘Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God’, schrijft Paulus in de brief aan de Romeinen. Zwart als een protestantse toga, zo is mijn ziel voor God.
Maar hoor nu het evangelie: ‘U hebt wel een mooi wit sjaaltje!’ Over mijn zwarte toga heen straalt het licht van die bef, dat ‘sjaaltje’: kraakhelder en sneeuwwit. Zie je dat zo’n bef lijkt op twee zonnestralen? Kleine stralen, heel klein, zeker. In het heilig evangelie beleven we nog maar een klein begin van verlossing. De grote doorbraak moet nog komen. We zijn hooguit als wachters in de nacht. Maar het licht van de dageraad is al te zien, de zon begint al te schijnen. ‘U hebt wel een mooi wit sjaaltje!’
Ik heb niets tegen witte toga’s. Maar ik vind mijn eigen zwarte exemplaar nog mooier.
Vanwege dat sjaaltje: wit als de morgen die komt.
10 november 2011
Lied van de maand November
Hij was bij God, Hij was er kind aan huis,
meer nog dan wie de hemelen bewonen
dicht bij de Bron, Licht bij de Vader thuis,
koning gezalfd, de kleinste van de zonen:
David, de herder, drager van het kruis,
Israël zelf – de hemel zal Hem lonen!
Hij kwam van God, gaf al zijn glorie prijs,
wilde een mens, de Zoon des mensen wezen;
Lam Gods, om ons kwam Hij, kyrieleis,
zijn pijn, zijn striemen hebben ons genezen:
Hij gaat ons voor, Hij leidt ons op de reis,
wij zijn in Hem uit onze dood verrezen.
Hij is bij God, Hij zetelt hoog naast Hem,
tot Hij, de nacht voorbij, zijn macht zal tonen,
vijand en vriend, iedereen hoort zijn stem!
Dan zal Hij vuur en zwaard voorgoed onttronen,
nieuw wordt de wereld, één Jeruzalem –
dan zal de hemel ons met vrede kronen.
André F. Troost, oktober 2011 melodie: psalm 119
Lied van de maand November
Hij was bij God, Hij was er kind aan huis, meer nog dan wie de hemelen bewonen dicht bij de Bron, Licht bij de Vader thuis, koning gezalfd, de kleinste van de zonen: David, de herder, drager van het kruis, Israël zelf – de hemel zal Hem lonen! Hij kwam van God, gaf al zijn glorie prijs, wilde een mens, de Zoon des mensen wezen; Lam Gods, om ons kwam Hij, kyrieleis, zijn pijn, zijn striemen hebben ons genezen: Hij gaat ons voor, Hij leidt ons op de reis, wij zijn in Hem uit onze dood verrezen. Hij is bij God, Hij zetelt hoog naast Hem, tot Hij, de nacht voorbij, zijn macht zal tonen, vijand en vriend, iedereen hoort zijn stem! Dan zal Hij vuur en zwaard voorgoed onttronen, nieuw wordt de wereld, één Jeruzalem – dan zal de hemel ons met vrede kronen. André F. Troost, oktober 2011 melodie: psalm 119
Column van de maand November
Uit de krant kom ik te weten dat de Oegstgeester school waarop een van mijn kleinkinderen zit, een 'streng gereformeerde' school is. Dat blijkt onder andere uit het feit dat het schoolbestuur een meester ontslagen heeft omdat hij samen is gaan wonen met een man. Heel Holland op de achterste benen: wat een schurkenstreek, typisch streng gereformeerd, onmenselijk, niet van deze tijd, schande! Nu weet ik uit zeer betrouwbare bron dat die school helemaal niet zo streng is als wordt gesuggereerd. Bovendien weet ik uit meer dan één bron dat er wel iets meer aan de hand is dan de pers ons op de mouw speldt. Bedoelde meester is namelijk niet alleen gaan samenwonen met een man, maar heeft daarbij zijn ernstig zieke vrouw, met wie hij tot op heden nog altijd getrouwd is, en ook zijn kinderen verlaten. Nog maar een paar maanden geleden baden de kinderen in de klas met de meester mee voor zijn zieke vrouw, nu krijgen ze te horen dat de meester niet meer bij zijn zieke vrouw en hun kinderen woont maar bij een onbekende mijnheer. Ik heb twee dikke boeken in de kast staan die beide zeggen dat dit overspel heet: de Bijbel en de Dikke Van Dale. Die twee dikke boeken staan natuurlijk ook in de kast van de 'strenge' school waarop mijn kleindochter zit en die hebben nu het schoolbestuur van deze christelijke basisschool ingegeven deze meester niet langer te tolereren als onderwijskracht. Gevolg: ontslag, discussie, persberichten, uitbarstingen van woede, half Holland op de kop. Belangrijkste vraag in deze discussie is vanzelfsprekend: is dit alles toch niet te streng? Wat heeft een schoolleiding te maken met het privéleven van een leerkracht? Over de vraag of mensen van gelijk geslacht mogen samenwonen wordt bovendien in kerkelijke kringen heel verschillend gedacht. In mijn Amsterdamse jaren had ik meer samenwonende collega's die homofiel of lesbisch waren dan ik op twee handen tellen kon. Dat de Bijbel niets wil weten van tegennatuurlijke relaties, lijkt me helder. Maar je zult maar met een homofiele natuur geboren zijn… Dan is alleen al de gedachte aan iemand van het andere geslacht tegennatuurlijk. Terug naar Oegstgeest. Een getrouwde man, die de Bijbel omarmt 'van kaft tot kaft', komt er eindelijk voor uit dat hij homo is. Stel je voor: wat een ellendige tijd moet daaraan zijn voorafgegaan! Wat een innerlijke strijd! Wat een geestelijk gevecht, met jezelf, met je partner, met God! Dat je dat geen leven lang kunt volhouden, kan ik begrijpen. Maar dat je dan je zieke partner verlaat en zonder officieel gescheiden te zijn huis en haard en misschien nog wel meer met een ander deelt… In weinig dingen was Jezus zo streng als juist hierin. Jezus was in het algemeen helemaal niet streng. Tot afgrijzen van Farizeeërs en andere Schriftgeleerden was Hij op menig punt zo mild als de liefde maar zijn kan. Maar als het ging over overspel… Ja, een vrouw die op heterdaad betrapt werd, liet Hij vrijuit gaan, zeker. Maar dan wel onder het motto: 'Zondig niet weer.' Geen haar op zijn hoofd die eraan dacht haar leefstijl goed te keuren. Kun je als christelijke school een leerkracht voor de klas hebben die niet in de geest van Christus leeft, iemand die aan de drank is of vloekt, liegt en bedriegt, misbruik of overspel pleegt? Kun je als kerk een dominee tolereren die de leefregels van Jezus aan zijn laars lapt? Kun je als christelijke partij of vereniging iemand handhaven die overduidelijk de woorden van Christus negeert? Het lijkt mij tamelijk onchristelijk de leiding van een christelijke vereniging te verwijten dat die een gemeenschap wil waarin de liefde van Christus voorbeeldig present is. Kerken, scholen en partijen zijn nu eenmaal geen waardevrije bedrijven… Intussen is het dan wel de vraag waar precies de grenzen liggen én wie in dit soort kwesties moreel bevoegd is om te oordelen… Ben ik dat? Weet ik van de hoed en de rand? Heb ik die meester zelf gesproken? Wat vindt zijn vrouw ervan? Wilde die misschien zelf niet eens blijven samenleven met een man die verliefd was op een ander? Ken ik dat schoolbestuur persoonlijk? Dat bedoel ik. Dus moet ik nu eigenlijk mijn mond houden. Ik moet 'gereformeerd streng' zijn, vooral voor mijzelf. Heel streng. André F. Troost
Column van de maand November
Uit de krant kom ik te weten dat de Oegstgeester school waarop een van mijn kleinkinderen zit, een ‘streng gereformeerde’ school is. Dat blijkt onder andere uit het feit dat het schoolbestuur een meester ontslagen heeft omdat hij samen is gaan wonen met een man.
Heel Holland op de achterste benen: wat een schurkenstreek, typisch streng gereformeerd, onmenselijk, niet van deze tijd, schande!
Nu weet ik uit zeer betrouwbare bron dat die school helemaal niet zo streng is als wordt gesuggereerd. Bovendien weet ik uit meer dan één bron dat er wel iets meer aan de hand is dan de pers ons op de mouw speldt. Bedoelde meester is namelijk niet alleen gaan samenwonen met een man, maar heeft daarbij zijn ernstig zieke vrouw, met wie hij tot op heden nog altijd getrouwd is, en ook zijn kinderen verlaten. Nog maar een paar maanden geleden baden de kinderen in de klas met de meester mee voor zijn zieke vrouw, nu krijgen ze te horen dat de meester niet meer bij zijn zieke vrouw en hun kinderen woont maar bij een onbekende mijnheer. Ik heb twee dikke boeken in de kast staan die beide zeggen dat dit overspel heet: de Bijbel en de Dikke Van Dale. Die twee dikke boeken staan natuurlijk ook in de kast van de ‘strenge’ school waarop mijn kleindochter zit en die hebben nu het schoolbestuur van deze christelijke basisschool ingegeven deze meester niet langer te tolereren als onderwijskracht. Gevolg: ontslag, discussie, persberichten, uitbarstingen van woede, half Holland op de kop.
Belangrijkste vraag in deze discussie is vanzelfsprekend: is dit alles toch niet te streng? Wat heeft een schoolleiding te maken met het privéleven van een leerkracht? Over de vraag of mensen van gelijk geslacht mogen samenwonen wordt bovendien in kerkelijke kringen heel verschillend gedacht. In mijn Amsterdamse jaren had ik meer samenwonende collega’s die homofiel of lesbisch waren dan ik op twee handen tellen kon. Dat de Bijbel niets wil weten van tegennatuurlijke relaties, lijkt me helder. Maar je zult maar met een homofiele natuur geboren zijn… Dan is alleen al de gedachte aan iemand van het andere geslacht tegennatuurlijk.
Terug naar Oegstgeest. Een getrouwde man, die de Bijbel omarmt ‘van kaft tot kaft’, komt er eindelijk voor uit dat hij homo is. Stel je voor: wat een ellendige tijd moet daaraan zijn voorafgegaan! Wat een innerlijke strijd! Wat een geestelijk gevecht, met jezelf, met je partner, met God! Dat je dat geen leven lang kunt volhouden, kan ik begrijpen. Maar dat je dan je zieke partner verlaat en zonder officieel gescheiden te zijn huis en haard en misschien nog wel meer met een ander deelt… In weinig dingen was Jezus zo streng als juist hierin.
Jezus was in het algemeen helemaal niet streng. Tot afgrijzen van Farizeeërs en andere Schriftgeleerden was Hij op menig punt zo mild als de liefde maar zijn kan. Maar als het ging over overspel… Ja, een vrouw die op heterdaad betrapt werd, liet Hij vrijuit gaan, zeker. Maar dan wel onder het motto: ‘Zondig niet weer.’ Geen haar op zijn hoofd die eraan dacht haar leefstijl goed te keuren.
Kun je als christelijke school een leerkracht voor de klas hebben die niet in de geest van Christus leeft, iemand die aan de drank is of vloekt, liegt en bedriegt, misbruik of overspel pleegt? Kun je als kerk een dominee tolereren die de leefregels van Jezus aan zijn laars lapt?
Kun je als christelijke partij of vereniging iemand handhaven die overduidelijk de woorden van Christus negeert? Het lijkt mij tamelijk onchristelijk de leiding van een christelijke vereniging te verwijten dat die een gemeenschap wil waarin de liefde van Christus voorbeeldig present is. Kerken, scholen en partijen zijn nu eenmaal geen waardevrije bedrijven…
Intussen is het dan wel de vraag waar precies de grenzen liggen én wie in dit soort kwesties moreel bevoegd is om te oordelen… Ben ik dat? Weet ik van de hoed en de rand? Heb ik die meester zelf gesproken? Wat vindt zijn vrouw ervan? Wilde die misschien zelf niet eens blijven samenleven met een man die verliefd was op een ander? Ken ik dat schoolbestuur persoonlijk? Dat bedoel ik. Dus moet ik nu eigenlijk mijn mond houden. Ik moet ‘gereformeerd streng’ zijn, vooral voor mijzelf. Heel streng.
André F. Troost
Lied van de maand oktober Melodie: oude Ierse hymne, waarschijnlijk 8e eeuw Christus,mijnleven,mijnHeer enmijnGod, Zoon vandeene,waarachtigeGod, beeldvandeVader,debronvan hetlicht, inUerheftHijzijnstralendgezicht. Christus, mijn leven, uw naam zij geloofd, vlam uit de hemel, die danst op mijn hoofd, glans van de stille, onzichtbare zon, hoe vaak verduisterd, uw licht overwon. Christus, mijn leven, de lamp voor mijn voet, licht dat mij leidt en voor vallen behoedt, wolk in het donker, uw flonkering lacht, blijf tot de morgen, hoe lang nog de nacht. Christus, mijn leven, mijn voortdurend licht, wacht tot de wereld op Hem is gericht die op zijn morgen in glorie verrijst, de gouden Zon waar uw vuur naar verwijst. Christus, mijn leven, geef licht tot de dag waarop ik zien zal wie niemand nog zag – Zoon van de Ene, van elk licht de bron, wees, tot Hij opkomt, mijn gids en mijn zon. André F. Troost
Lied van de maand oktober Melodie: oude Ierse hymne, waarschijnlijk 8e eeuw Christus,mijnleven,mijnHeer enmijnGod, Zoon vandeene,waarachtigeGod, beeldvandeVader,debronvan hetlicht, inUerheftHijzijnstralendgezicht. Christus, mijn leven, uw naam zij geloofd, vlam uit de hemel, die danst op mijn hoofd, glans van de stille, onzichtbare zon, hoe vaak verduisterd, uw licht overwon. Christus, mijn leven, de lamp voor mijn voet, licht dat mij leidt en voor vallen behoedt, wolk in het donker, uw flonkering lacht, blijf tot de morgen, hoe lang nog de nacht. Christus, mijn leven, mijn voortdurend licht, wacht tot de wereld op Hem is gericht die op zijn morgen in glorie verrijst, de gouden Zon waar uw vuur naar verwijst. Christus, mijn leven, geef licht tot de dag waarop ik zien zal wie niemand nog zag – Zoon van de Ene, van elk licht de bron, wees, tot Hij opkomt, mijn gids en mijn zon. André F. Troost
Wat wordt er op Twitter gezegd over ?
Er zijn geen downloads bij 'Handen vol zegen, 2e druk'.