gemiddelde beoordeling
Voel je dat ik er niet ben? Ruik je het donzen dekentje dat ik over je heen heb gelegd en waar ik een beetje van mijn parfum ‘Paris’ op heb gespoten, een geur die Jorrit ooit heeft uitgezocht? Heel weinig, niet meer dan een vleugje maar, om iets van me bij je achter te laten.
Ze opende in een opwelling het zijvakje van haar tas en pakte de veertjes van de ortolaan.
Voel je dat ik er niet ben? Ruik je het donzen dekentje dat ik over je heen heb gelegd en waar ik een beetje van mijn parfum ‘Paris’ op heb gespoten, een geur die Jorrit ooit heeft uitgezocht? Heel weinig, niet meer dan een vleugje maar, om iets van me bij je achter te laten.
Ze opende in een opwelling het zijvakje van haar tas en pakte de veertjes van de ortolaan. Stak de wind speciaal voor haar op? Ze moest moeite doen om ze nog even tussen haar vingers te houden. Ze keek naar de zachte glans van de staartveren. Toen gaf ze de wind vrij spel. Ze dwarrelden omhoog, hoger, hoger.
‘Goede vlucht,’ zei ze.
Maar ze had het tegen Zimmi.
Over Toen je nog huppelde
De tweejarige Zimmi raakt op een zonnige zomerdag, onder een hemel vol zwaluwen, in coma. Sindsdien is zij er nog wel, maar ook weer niet. Haar tengere meisjeslijf is een hermetisch gesloten kluis geworden, waarin alle kostbaarheden voorgoed lijken te zijn opgesloten. Haar moeder Meg en haar vader Jorrit verstaan elkaars taal niet meer sinds hun leven alleen nog om Zimmi draait. Het beeld van haar kind, huppelend in haar gele zomerjurkje, laat Meg niet los: ze blijft hopen op een wonder.
Om haar liefde voor Jorrit terug te vinden, maakt Meg een vogelreis naar Mecklenburg, het gebied waar ze hem leerde kennen. Terwijl ze daar verhalen verzamelt voor Zimmi en een bijzondere vriendschap opbouwt met een van de reisgenoten, leert ze Zimmi los te laten.
Een aangrijpend verhaal over de zin van het lijden en de worsteling van het loslaten tegen het lichtvoetige decor van een landschap met baltsende kraanvogels.
Lees verder »
![]() |
abonneer op RSS feeds | ![]() |
deel deze pagina met je vrienden |



Marianne Witvliet (1951) debuteerde in 1993 met Schetsen van Anne, een verzameling columns die zij jarenlang schreef voor het Reformatorisch Dagblad. Voor de kinderboeken Ademloos en Ik ben niet bang ontving ze de prijs voor het beste christelijke kinderboek Het Hoogste Woord. Haar roman Gebroken wit (2003) werd in korte tijd een aantal malen herdrukt en in het Duits vertaald. Voor de Christelijke Boekenweek schreef ze de novelle Enkele reis Aix (2004). Marianne Witvliet werkt als redacteur bij de Erdee Media Groep. Kijk ook op www.mariannewitvliet.nl.
Mooi verhaal, waarbij beelden uit de natuur cq de vogelwereld worden gebruikt om uit te drukken hoe de hoofdpersoon het leven met een ziek, ten dode opgeschreven kind ervaart. Voor mensen die niets met vogels hebben kan dit een belemmering zijn om te genieten van deze roman. De auteur verontschuldigt zich hier ook voor op een van de eerste bladzijden van het boek.
Wat wordt er op Twitter gezegd over ?
Marianne Witvliet – Toen je nog huppelde – Leesvragen
Er zijn geen downloads bij 'Toen je nog huppelde - 2e druk'.