De hemel dichterbij

stille tijd met het oog op de eeuwigheid

Auteur(s):

Bindwijze: Paperback

Ook verkrijgbaar als: Paperback

Schrijf een beoordeling

Levering via Boekenwereld.com

€ 12,50
ISBN 9789023922964
Subtitel stille tijd met het oog op de eeuwigheid
Aantal bladzijdes 115
Bindwijze Paperback
Druk 7
Taal Nederlands
Breedte 160 mm
Hoogte 161 mm
Dikte 12 mm
NUR code 707
Imprint Boekencentrum
Leesvragen

Vragen bij De hemel dichterbij (dr. P.J. Visser)

 


1. Onderweg
- Hoeveel keer (per dag, per week, per maand) ben je je ervan bewust dat het leven op aarde eindig is?
- Wat denk je dat het leven je nog allemaal te bieden heeft? Zijn die dingen belangrijker dan een eeuwig leven met God?


2. Twee bestemmingen
- Ervaar je het leven ook als een vliegreis: ogenschijnlijk sta je stil, maar voor je het weet is er weer een jaar voorbij?
- Zit je in het juiste vliegtuig?


3. Hemel en hel
- Hoe vaak wijs jij je ongelovige medemens op de hel?
- Is God wreed en liefdeloos omdat Hij alle ‘struikelblokken’ en ‘hen die de wetteloosheid doen’ in de vurige oven zal werpen?


4. Schoon!
- Ervaar je dat: dat je gewaden gewassen zijn en wit gemaakt in het bloed van het Lam?
- Hoe kun je (concreet) ‘kind aan huis’ worden bij God?


5. Hoop en schrik
- Waarom heeft het uitzien naar het eeuwige leven alles te maken met geloof, hoop en liefde?
- Waarom ben je bang voor de dood? Probeer dat voor jezelf op te schrijven en bedenk of de hemelse heerlijkheid tegen deze angst opweegt.


6. Een eeuwige toekomst
- ‘Het sterven is voor mij winst,’ zegt Paulus. Ervaar je dat ook zo?
- Is het uitzicht op de hemel je eigen geworden?


7. Toekomstgericht
- Leef je alsof je hier altijd zult blijven of is aan je te zien dat je leven op de hemel gericht is?
- Hoe kun je wandelen met het gezicht naar de toekomst gericht?


8. Bang voor de hemel
- Hoe stel jij je de hemel voor?
- Maakt het eeuwig bij God zijn je bang of zie je er juist naar uit?


9. Het beest dat God lastert
- Heb je last van de verkeerde ideeën die het beest je over de hemel probeert te laten geloven?
- Wat zegt God zelf in Zijn Woord over de hemel?


10. Thuiskomen
- Zie je het sterven ook als een ‘thuiskomen’?
- Hoe verhouden het leven als een ‘strijdperk’ en het genieten van het leven zich tot elkaar?


11. Bruid en erfgenaam
- Is sterven een ‘blij vooruitzicht’ voor je?
- Hoe kun je midden in het leven blijven staan en tegelijk naar het sterven verlangen?


12. Alles in allen
- Wat beleef je nu al van die verbondenheid die we straks voor eeuwig met elkaar zullen voelen?
- Is die verbondenheid tussen Gods kinderen er hier op aarde te weinig?


13. Niet allen hetzelfde
- In hoeverre wil je jezelf blijven en in hoeverre wil je vernieuwd worden door God?
- Vind je het moeilijk te geloven dat God eens alles zal herscheppen? Wat zegt de Bijbel erover?


14. Ons leven als een open boek
- Ben je bang voor het moment dat het boek van je leven wordt opengedaan?
- Hoe kun je je in het eerste hoofdstuk van je bestaan – het leven hier op aarde –voorbereiden op alle hoofdstukken die daarna komen?


15. Blijvende herinnering
- Welk leven wil je geleid hebben als God Zijn oordeel over je uit gaat spreken?
- In hoeverre zullen we ons, als we in de hemel zijn, ons aardse leven nog herinneren?


16. Ophalen van bewezen liefde
- Op welke momenten denk je vaak aan de dingen die God in jouw leven deed?
- Hoe komt het dat wij ons vaak schamen en nauwelijks over Gods werk durven spreken?


17. Gods gedenkboek
- Vanuit de hemel volgt God de Zijnen. Wat doet dat met je?
- Wat zal er straks van jou vermeld worden in het hemelse geschiedenisboek?


18. Voorgoed vergeten
- In hoeverre heb je last van de moeiten in dit leven?
- Troost het je dat straks alle pijnlijke waaroms zullen worden opgelost? Waarom?


19. Herkenning
- Als je aan de hemel denkt, waar denk je dan als eerste aan?
- Is de vraag naar herkenning belangrijk voor je? Waarom?


20. Een hemels lichaam?
- Hoe ervaar je dat je geschapen bent met een eenheid van ziel en lichaam?
- Wat stel jij je voor bij een opstandingslichaam of staat dat ver van je af? Verlang je ernaar?


21. Andere verhoudingen
- Hoe vaak sta je erbij stil dat de relaties die je nu hebt straks anders zullen zijn?
- Hoe stel jij je die andere verhoudingen voor? Betekent dat voor jou een spanning in je contacten/relaties nu?


22. Leven de doden met ons mee?
- Neemt de wetenschap dat de overledene van wie jij veel hield niet meer lijdt onder de moeiten van dit leven jouw verdriet (gedeeltelijk) weg?
- Waar zou je meer steun aan hebben: de wetenschap dat God Zich met jouw leven bemoeit of de wens dat jouw overleden geliefde met jou meeleeft?


23. Zorgen in de hel
- Hoe zou jij reageren als jij de rijke man was? Wat betekent dat voor jouw leven nu?
- Geloof jij in God uit angst voor de hel of uit liefde voor Hem?


24. Christus’ voortdurende strijd
- Waar is Christus dag en nacht mee bezig? Wat merk je van Zijn werk in jouw leven?
- In de hemel wordt uitgezien naar de laatste dag. Door jou op aarde ook? Waarom?


25. Hoe lang nog, Heere?
- Ben je blij met het heilige ongeduld in de hemel of word je er liever niet aan herinnerd?
- Christus stelt ons een bruiloftsfeest in het vooruitzicht. Is jouw leven daarop gericht?


26. Vreugde en overwinning
- Van de strijd die woedt, is de overwinning al bekend én behaald. Hoe beleef je dat?
- Als Christus geen Koning is in jouw leven, zie je ook niet uit naar de dag dat Hij Koning wordt over iedereen. Hoe is dat bij jou?


27. Een hemel op aarde
- Je bent doelbewust door je Schepper gemaakt, naar Zijn beeld en gelijkenis. Wat betekent dat voor jou?
- Hoe ga jij om met wetenschapgelovigen? Durf je hun over jouw geloof in God te vertellen?


28. Gebrokenheid
- De zonde heeft al het mooie van de schepping stukgebroken. Hoe zie je dat in je omgeving, in je eigen leven, in je eigen hart?
- Breng onder woorden wat de verlossing van Christus in deze context voor jou voor betekenis heeft.


29. Gaaf
- Jouw leven komt dankzij Christus in een ander perspectief te staan. Hoe?
- God reikt jou de hand. Heb je die hand al gegrepen?


30. Onbegrensd
- Durf jij te vertrouwen op Gods creativiteit of wil je het liefst alles (heel gedetailleerd) van tevoren weten?


31. Onomwonden
- Je zult God steeds beter leren kennen op de nieuwe aarde. Gaat dat ook op voor jouw relatie met Hem op de ‘oude’ aarde?
- Op de nieuwe aarde word je zoals God je bedoeld heeft. Wat belemmert jou nu het meest in het leven tot Gods eer?


32. Eindbestemming
- God zal ervoor zorgen dat Zijn bedoeling werkelijkheid wordt. Hoe zal jouw nieuwe leven er dan uit komen te zien?
- Hoe vaak vraag jij aan God of Hij Zijn plan werkelijkheid wil laten worden?


33. Ramp?
- Praat jij vaak (en makkelijk) over de hemel? Wat zijn voor jou hindernissen daarbij?
- Het is moeilijk om over de hemel te praten als je er zelf (nog) niet veel van weet. Maar is het eerlijk om je mond te houden als anderen zo makkelijk de hel aanprijzen en de hemel negeren?


34. Terug van weggeweest
- Jezus sprak toen Hij op aarde was relatief veel over de hel. Tegenwoordig is de hel weer in. Wat merk je bij jezelf: word je bang als het over de hel gaat of niet? Waarom?
- Breng onder woorden wat voor jou het grootste verschil is tussen de twee manieren van spreken over de hel.


35. Tussen haakjes
- De hel tussen haakjes zetten is een prima oplossing, vind je niet? Wat betekent dat concreet?
- Ken jij mensen die dat geloven? Wat is jouw grootste moeite met hun manier van denken?


36. Taboe
- Herken jij jezelf in de uitspraak van de socioloog? Hoe vaak kom jij op je zolderkamertje?
- Hoe verhouden hel en evangelie zich in jouw geloofsleven?


37. Strijd om in te gaan
- Het is erg om te zien als mensen geen rekening houden met God hun Schepper. Wat doet dat met je?
- Wat houdt je meer bezig: het lot van anderen of dat van jezelf? Wat zegt de Bijbel daarover?


38. Hij voor mij
- Christus is naar deze aarde gekomen om ons te redden van de ondergang. Zijn hart is vervuld met liefde voor jou. Hoe kijk je vanuit dit perspectief naar de hel?
- Heb je al een kant gekozen? Of stel je dat zo lang mogelijk uit? Wat zal God van het laatste vinden?


39. Buiten
- Waarom lopen de kinderen van het Koninkrijk gevaar om buitengeworpen te worden? Hoe vind je dat?
- Als jij stapt in het beeld dat Jezus gebruikt, waar bevind jij je dan? Vind je het eerlijk dat mensen op de binnenplaats profiteren van de zegeningen van het huis?


40. Volslagen duister
- Probeer je in te leven in de situatie van de rijke man uit Lukas 16. Wat vind je van Abrahams reactie?
- In je leven zijn er ook perioden dat het erg donker is. Wat is het verschil met de volslagen duisternis uit de tekst?


41. Geen rust
- Waarom kun je in de hel niet rusten?
- Niemand is eerlijker over de hel dan Jezus. Hoe kan dat? Hoe troost jou dat?


42. Wakker worden
- Op welke manier zorg jij ervoor dat je wakker blijft?
- Denk jij iedere dag: vandaag zou Jezus terug kunnen komen. Hoe vaak denk jij aan Zijn komst?


43. Uitkomst
- Waaraan kun jij merken dat er een vloek ligt over dit bestaan?
- Christus wil jou uitkomst bieden en de hoop weer levend maken. Hoe heeft Hij dat gedaan?


44. De Eersteling
- Paulus weet dat Christus door Zijn opstanding de Eersteling is geworden van de oogst. Hoe weet Paulus dat? Weet jij dat ook?
- Vind je het fijn dat Christus de Eersteling genoemd wordt, of heeft dat voor jou geen meerwaarde voor je geloof(sleven)?


45. De wet van het zaad
- Is de situatie waarin Paulus zich bevindt voor jou herkenbaar? Heb je iets aan de manier waarop hij reageert?
- De wet van het zaad moet ook toegepast worden op jouw leven. Wat houdt dat in?


46. Aan Hem gelijk
- Omdat je niet veel weet over het nieuwe lichaam dat je zult krijgen, is het ook moeilijk om er een voorstelling van te maken. Maar wat weet je wel?
- God zal aan elk van de zaden zijn eigen lichaam geven. Wat denk je dat daarmee bedoeld zal worden?


47. Onvergankelijk
- Wat merk jij er in jouw leven van dat je nu nog vergankelijk bent?
- Hoe ervaar je de onontkoombare aftakeling? Geeft jou dat uitzicht op het onvergankelijke leven?


48. Heerlijk
- Dood en graf zijn ook genade. Hoe? Wat vind jij daarvan?
- Als je om je heen kijkt, zie je dat niets en niemand beantwoordt aan het doel van Gods schepping. Hoe is dat in jouw omgeving? Hoe kijk je daar nu naar na het lezen van dit stukje?


49. Kracht
- Op een dag moet je alles wat je hebt bereikt loslaten. Dat bepaalt je bij de zin van je bestaan. Waar leef jij voor?
- Lees Psalm 8 en kijk dan eens naar jouw leven. Wat zie je dan?


50. Een geestelijk lichaam
- Jouw natuurlijke lichaam heeft relaties nodig. Jij ook? Waar zouden die relaties voor zijn?
- Jouw geestelijke lichaam zal relaties krijgen. Wat zegt God daar in de Bijbel over?


51. Een laatste vraag
- Komt die vraag ook wel eens bij jou boven? Heb je iets aan dit antwoord?
- Hoe worden schepping en herschepping weer bij elkaar gebracht? Herken je dat in jouw geloofsleven?


52. De laatste blik
- De laatste blik die Johannes krijgt is als een plaatje uit een reisgids. Begin je al te verlangen naar die bestemming?
- Het werk dat Hij in jou is begonnen, komt tot voltooiing. Aanbid je Hem daar om of blijf je nog op afstand?
 

Vragen bij De hemel dichterbij (dr. P.J. Visser)

 


1. Onderweg
- Hoeveel keer (per dag, per week, per maand) ben je je ervan bewust dat het leven op aarde eindig is?
- Wat denk je dat het leven je nog allemaal te bieden heeft? Zijn die dingen belangrijker dan een eeuwig leven met God?


2. Twee bestemmingen
- Ervaar je het leven ook als een vliegreis: ogenschijnlijk sta je stil, maar voor je het weet is er weer een jaar voorbij?
- Zit je in het juiste vliegtuig?


3. Hemel en hel
- Hoe vaak wijs jij je ongelovige medemens op de hel?
- Is God wreed en liefdeloos omdat Hij alle ‘struikelblokken’ en ‘hen die de wetteloosheid doen’ in de vurige oven zal werpen?


4. Schoon!
- Ervaar je dat: dat je gewaden gewassen zijn en wit gemaakt in het bloed van het Lam?
- Hoe kun je (concreet) ‘kind aan huis’ worden bij God?


5. Hoop en schrik
- Waarom heeft het uitzien naar het eeuwige leven alles te maken met geloof, hoop en liefde?
- Waarom ben je bang voor de dood? Probeer dat voor jezelf op te schrijven en bedenk of de hemelse heerlijkheid tegen deze angst opweegt.


6. Een eeuwige toekomst
- ‘Het sterven is voor mij winst,’ zegt Paulus. Ervaar je dat ook zo?
- Is het uitzicht op de hemel je eigen geworden?


7. Toekomstgericht
- Leef je alsof je hier altijd zult blijven of is aan je te zien dat je leven op de hemel gericht is?
- Hoe kun je wandelen met het gezicht naar de toekomst gericht?


8. Bang voor de hemel
- Hoe stel jij je de hemel voor?
- Maakt het eeuwig bij God zijn je bang of zie je er juist naar uit?


9. Het beest dat God lastert
- Heb je last van de verkeerde ideeën die het beest je over de hemel probeert te laten geloven?
- Wat zegt God zelf in Zijn Woord over de hemel?


10. Thuiskomen
- Zie je het sterven ook als een ‘thuiskomen’?
- Hoe verhouden het leven als een ‘strijdperk’ en het genieten van het leven zich tot elkaar?


11. Bruid en erfgenaam
- Is sterven een ‘blij vooruitzicht’ voor je?
- Hoe kun je midden in het leven blijven staan en tegelijk naar het sterven verlangen?


12. Alles in allen
- Wat beleef je nu al van die verbondenheid die we straks voor eeuwig met elkaar zullen voelen?
- Is die verbondenheid tussen Gods kinderen er hier op aarde te weinig?


13. Niet allen hetzelfde
- In hoeverre wil je jezelf blijven en in hoeverre wil je vernieuwd worden door God?
- Vind je het moeilijk te geloven dat God eens alles zal herscheppen? Wat zegt de Bijbel erover?


14. Ons leven als een open boek
- Ben je bang voor het moment dat het boek van je leven wordt opengedaan?
- Hoe kun je je in het eerste hoofdstuk van je bestaan – het leven hier op aarde –voorbereiden op alle hoofdstukken die daarna komen?


15. Blijvende herinnering
- Welk leven wil je geleid hebben als God Zijn oordeel over je uit gaat spreken?
- In hoeverre zullen we ons, als we in de hemel zijn, ons aardse leven nog herinneren?


16. Ophalen van bewezen liefde
- Op welke momenten denk je vaak aan de dingen die God in jouw leven deed?
- Hoe komt het dat wij ons vaak schamen en nauwelijks over Gods werk durven spreken?


17. Gods gedenkboek
- Vanuit de hemel volgt God de Zijnen. Wat doet dat met je?
- Wat zal er straks van jou vermeld worden in het hemelse geschiedenisboek?


18. Voorgoed vergeten
- In hoeverre heb je last van de moeiten in dit leven?
- Troost het je dat straks alle pijnlijke waaroms zullen worden opgelost? Waarom?


19. Herkenning
- Als je aan de hemel denkt, waar denk je dan als eerste aan?
- Is de vraag naar herkenning belangrijk voor je? Waarom?


20. Een hemels lichaam?
- Hoe ervaar je dat je geschapen bent met een eenheid van ziel en lichaam?
- Wat stel jij je voor bij een opstandingslichaam of staat dat ver van je af? Verlang je ernaar?


21. Andere verhoudingen
- Hoe vaak sta je erbij stil dat de relaties die je nu hebt straks anders zullen zijn?
- Hoe stel jij je die andere verhoudingen voor? Betekent dat voor jou een spanning in je contacten/relaties nu?


22. Leven de doden met ons mee?
- Neemt de wetenschap dat de overledene van wie jij veel hield niet meer lijdt onder de moeiten van dit leven jouw verdriet (gedeeltelijk) weg?
- Waar zou je meer steun aan hebben: de wetenschap dat God Zich met jouw leven bemoeit of de wens dat jouw overleden geliefde met jou meeleeft?


23. Zorgen in de hel
- Hoe zou jij reageren als jij de rijke man was? Wat betekent dat voor jouw leven nu?
- Geloof jij in God uit angst voor de hel of uit liefde voor Hem?


24. Christus’ voortdurende strijd
- Waar is Christus dag en nacht mee bezig? Wat merk je van Zijn werk in jouw leven?
- In de hemel wordt uitgezien naar de laatste dag. Door jou op aarde ook? Waarom?


25. Hoe lang nog, Heere?
- Ben je blij met het heilige ongeduld in de hemel of word je er liever niet aan herinnerd?
- Christus stelt ons een bruiloftsfeest in het vooruitzicht. Is jouw leven daarop gericht?


26. Vreugde en overwinning
- Van de strijd die woedt, is de overwinning al bekend én behaald. Hoe beleef je dat?
- Als Christus geen Koning is in jouw leven, zie je ook niet uit naar de dag dat Hij Koning wordt over iedereen. Hoe is dat bij jou?


27. Een hemel op aarde
- Je bent doelbewust door je Schepper gemaakt, naar Zijn beeld en gelijkenis. Wat betekent dat voor jou?
- Hoe ga jij om met wetenschapgelovigen? Durf je hun over jouw geloof in God te vertellen?


28. Gebrokenheid
- De zonde heeft al het mooie van de schepping stukgebroken. Hoe zie je dat in je omgeving, in je eigen leven, in je eigen hart?
- Breng onder woorden wat de verlossing van Christus in deze context voor jou voor betekenis heeft.


29. Gaaf
- Jouw leven komt dankzij Christus in een ander perspectief te staan. Hoe?
- God reikt jou de hand. Heb je die hand al gegrepen?


30. Onbegrensd
- Durf jij te vertrouwen op Gods creativiteit of wil je het liefst alles (heel gedetailleerd) van tevoren weten?


31. Onomwonden
- Je zult God steeds beter leren kennen op de nieuwe aarde. Gaat dat ook op voor jouw relatie met Hem op de ‘oude’ aarde?
- Op de nieuwe aarde word je zoals God je bedoeld heeft. Wat belemmert jou nu het meest in het leven tot Gods eer?


32. Eindbestemming
- God zal ervoor zorgen dat Zijn bedoeling werkelijkheid wordt. Hoe zal jouw nieuwe leven er dan uit komen te zien?
- Hoe vaak vraag jij aan God of Hij Zijn plan werkelijkheid wil laten worden?


33. Ramp?
- Praat jij vaak (en makkelijk) over de hemel? Wat zijn voor jou hindernissen daarbij?
- Het is moeilijk om over de hemel te praten als je er zelf (nog) niet veel van weet. Maar is het eerlijk om je mond te houden als anderen zo makkelijk de hel aanprijzen en de hemel negeren?


34. Terug van weggeweest
- Jezus sprak toen Hij op aarde was relatief veel over de hel. Tegenwoordig is de hel weer in. Wat merk je bij jezelf: word je bang als het over de hel gaat of niet? Waarom?
- Breng onder woorden wat voor jou het grootste verschil is tussen de twee manieren van spreken over de hel.


35. Tussen haakjes
- De hel tussen haakjes zetten is een prima oplossing, vind je niet? Wat betekent dat concreet?
- Ken jij mensen die dat geloven? Wat is jouw grootste moeite met hun manier van denken?


36. Taboe
- Herken jij jezelf in de uitspraak van de socioloog? Hoe vaak kom jij op je zolderkamertje?
- Hoe verhouden hel en evangelie zich in jouw geloofsleven?


37. Strijd om in te gaan
- Het is erg om te zien als mensen geen rekening houden met God hun Schepper. Wat doet dat met je?
- Wat houdt je meer bezig: het lot van anderen of dat van jezelf? Wat zegt de Bijbel daarover?


38. Hij voor mij
- Christus is naar deze aarde gekomen om ons te redden van de ondergang. Zijn hart is vervuld met liefde voor jou. Hoe kijk je vanuit dit perspectief naar de hel?
- Heb je al een kant gekozen? Of stel je dat zo lang mogelijk uit? Wat zal God van het laatste vinden?


39. Buiten
- Waarom lopen de kinderen van het Koninkrijk gevaar om buitengeworpen te worden? Hoe vind je dat?
- Als jij stapt in het beeld dat Jezus gebruikt, waar bevind jij je dan? Vind je het eerlijk dat mensen op de binnenplaats profiteren van de zegeningen van het huis?


40. Volslagen duister
- Probeer je in te leven in de situatie van de rijke man uit Lukas 16. Wat vind je van Abrahams reactie?
- In je leven zijn er ook perioden dat het erg donker is. Wat is het verschil met de volslagen duisternis uit de tekst?


41. Geen rust
- Waarom kun je in de hel niet rusten?
- Niemand is eerlijker over de hel dan Jezus. Hoe kan dat? Hoe troost jou dat?


42. Wakker worden
- Op welke manier zorg jij ervoor dat je wakker blijft?
- Denk jij iedere dag: vandaag zou Jezus terug kunnen komen. Hoe vaak denk jij aan Zijn komst?


43. Uitkomst
- Waaraan kun jij merken dat er een vloek ligt over dit bestaan?
- Christus wil jou uitkomst bieden en de hoop weer levend maken. Hoe heeft Hij dat gedaan?


44. De Eersteling
- Paulus weet dat Christus door Zijn opstanding de Eersteling is geworden van de oogst. Hoe weet Paulus dat? Weet jij dat ook?
- Vind je het fijn dat Christus de Eersteling genoemd wordt, of heeft dat voor jou geen meerwaarde voor je geloof(sleven)?


45. De wet van het zaad
- Is de situatie waarin Paulus zich bevindt voor jou herkenbaar? Heb je iets aan de manier waarop hij reageert?
- De wet van het zaad moet ook toegepast worden op jouw leven. Wat houdt dat in?


46. Aan Hem gelijk
- Omdat je niet veel weet over het nieuwe lichaam dat je zult krijgen, is het ook moeilijk om er een voorstelling van te maken. Maar wat weet je wel?
- God zal aan elk van de zaden zijn eigen lichaam geven. Wat denk je dat daarmee bedoeld zal worden?


47. Onvergankelijk
- Wat merk jij er in jouw leven van dat je nu nog vergankelijk bent?
- Hoe ervaar je de onontkoombare aftakeling? Geeft jou dat uitzicht op het onvergankelijke leven?


48. Heerlijk
- Dood en graf zijn ook genade. Hoe? Wat vind jij daarvan?
- Als je om je heen kijkt, zie je dat niets en niemand beantwoordt aan het doel van Gods schepping. Hoe is dat in jouw omgeving? Hoe kijk je daar nu naar na het lezen van dit stukje?


49. Kracht
- Op een dag moet je alles wat je hebt bereikt loslaten. Dat bepaalt je bij de zin van je bestaan. Waar leef jij voor?
- Lees Psalm 8 en kijk dan eens naar jouw leven. Wat zie je dan?


50. Een geestelijk lichaam
- Jouw natuurlijke lichaam heeft relaties nodig. Jij ook? Waar zouden die relaties voor zijn?
- Jouw geestelijke lichaam zal relaties krijgen. Wat zegt God daar in de Bijbel over?


51. Een laatste vraag
- Komt die vraag ook wel eens bij jou boven? Heb je iets aan dit antwoord?
- Hoe worden schepping en herschepping weer bij elkaar gebracht? Herken je dat in jouw geloofsleven?


52. De laatste blik
- De laatste blik die Johannes krijgt is als een plaatje uit een reisgids. Begin je al te verlangen naar die bestemming?
- Het werk dat Hij in jou is begonnen, komt tot voltooiing. Aanbid je Hem daar om of blijf je nog op afstand?
 

Een heel mooi, bemoedigend boekje, dat je doet uitzien naar de hemel!

Elisabet

 

Schrijf uw eigen beoordeling